‘Iedere tumor is een detoxificatieprobleem’

Gabriel Devriendt

 ‘Synthetische middelen zijn waardevol in acute situaties, maar kunnen nooit tot genezing leiden’, is de overtuiging van de Belgische bioloog Gabriel Devriendt (69), specialist in kanker, plantkunde en fytotherapie. Na een jarenlange loopbaan bij de farmaceutische industrie schoolt hij nu artsen en therapeuten bij over de inzet van bioactieve stoffen bij de genezing van ziekten. ‘Kanker is zelden een genetische ziekte, maar bijna altijd een epi-genetische ziekte.’

 “Ik was 14 jaar toen een klasgenoot overleed aan longkanker. Hij had nooit een sigaret aangeraakt, wel was hij een beetje corpulent. In tien maanden tijd zag ik hem uitmergelen en sterven. Toeval, zegt men dan. Pech. Vanuit mijn bewondering voor de natuur kon ik niet geloven dat die zo onrechtvaardig zou kunnen zijn.”

Het zette Devriendt op jonge leeftijd aan het denken over de werking van de natuur en het ontstaan van ziekten. In de loop van zijn leven concludeerde hij zelf dat de natuur wel hard is, maar niet onlogisch. Ziekten en verstoringen in het lichaam zijn verklaarbaar als je ze beschouwt als gevolg van een disbalans in het systeem.

Een wetenschappelijke ontdekking die Devriendt triggerde was het werk van de Franse Nobelprijswinnaar Alexis Carrel die het weefsel van een kippenhart twintig jaar in leven hield in het laboratorium. “Iedere dag verving Carrel de oude voedingsstoffen door nieuwe. Met zijn werk toonde hij aan dat weefsel onsterfelijk is zolang het niet de kans krijgt om beschadigd te raken.”

Synthetisch of biologisch

In zijn woning in een buitengebied tussen Brugge en Gent houdt Devriendt paarden en kweekt hij vogels. In de zomer eet hij alles uit eigen tuin. De liefde voor de natuur kreeg hij van huis uit mee.  “Mijn vader ging graag vissen en stond dan langs de waterkant zijn kinderen te onderwijzen. Ik ving salamanders en leerde de Latijnse vogel- en plantennamen uit mijn hoofd. Iedere dag twee. Thuis kweekte ik stekelbaasjes.”

Na zijn studie biologie startte Devriendt zijn loopbaan in de farmaceutische industrie. Als productspecialist oncologie adviseerde hij artsen en professoren over de ‘beste medicatie’ bij de kankerbehandeling. In zijn vrije tijd begeleidde hij wandelingen over de geneeskracht van wilde kruiden. Een combinatie die hem vaak met fronsende wenkbrauwen confronteerde. “Ik haalde de motivatie voor mijn werk uit studies die aantoonden dat de overlevingskansen toenemen dankzij geneesmiddelen. Dat was mijn geloof.”

Totdat hij eraan begon te twijfelen. “Ik was gebiologeerd door de effecten van natuurlijke stoffen op verstoringen in het lichaam. De fabrikant wilde uit die natuurlijke stof een geneesmiddel produceren, en ik dacht: het geneesmiddel is er toch al?!”

“Ik leerde tijdens mijn studie dat het lichaam een systeem is dat werkt met biologische moleculen en niet met synthetische. Ofwel: je kunt een tekort hebben van selenium, zink of bepaalde vitamines, maar je hebt nooit een aspirinetekort. Synthetische middelen zijn zeer waardevol, soms zelfs levensreddend in acute situaties, maar je kunt er niet mee genezen.”

Toen hij ontdekte dat de bejubelde werking van veel geneesmiddelen berust op ‘valse ijkpunten’ en ‘statistische trucs’ luidde dat het einde in van zijn loopbaan in de farmaceutische industrie.

Statistische trucs

“Voorbeeld: regressie (teruggang, red.) van de tumor na drie maanden is een reden om een middel te registreren. Maar als een patiënt vervolgens na vier maanden overlijdt, krijgt dat geen gewicht in de rapportage. Een ander voorbeeld: bij een studie naar de overleving van vrouwen met borstkanker luidde de conclusie van de onderzoekers dat de overleving bij vrouwen in de onderzoeksgroep – zij die het middel kregen – na vier jaar 30 procent hoger was dan bij de controlegroep. Lees je de studie, dan zie je dat het gaat om 1 dode per 1.000 behandelde patiënten in de onderzoeksgroep tegenover 1,3 dode op 1.000 patiënten in de controlegroep. Dat wordt dan 30 procent meer overleving genoemd, maar eigenlijk gaat het om 1/3 patiënt.”

Devriendt nam in 1997 afscheid van de farmaceutische industrie met een vertrekregeling.

Ratten met Parkinson

De manier waarop geneesmiddelen ‘gemaakt’ werden, leidden tot een fundamenteel inzicht bij Devriendt. Geneesmiddelen worden vaak getest op ratten. “Maar”, zegt Devriendt, “van nature komen ratten met Parkinson niet voor. Die ratten creëert de industrie eerst door ze in te spuiten met een toxische cocktail. Vervolgens wordt een ‘revolutionair geneesmiddel’ ontwikkelt om Parkinson of een andere ziekte te genezen.”

Devriendt zoomde in op het proces van detoxificatie en de taken van de darm en de lever. Hij concludeerde dat ontgiften – detoxificatie – ten koste gaat van andere functies in het lichaam, zoals herstel en opbouw. Het lichaam is toegerust om acute verstoringen zelf op te lossen, maar bij chronische verstoringen ontstaan er tekorten. Vrijwel altijd gaan die samen met chronische laaggradige ontsteking en een ongunstig microbioom. Dit alles zorgt voor biochemische kettingreacties die ertoe leiden dat de cellen en genen niet meer doen wat ze moeten doen. Devriendt spreekt over ‘mitochondriale disfunctie’ en ‘genetische modificatie’. “Naast het maken van energie maken de mitochondriën ook allerlei stoffen aan voor reparatie en herstel. Maar als de cel in chronische nood verkeert, schakelen deze genen uit. De genen die zich voornamelijk bezighouden met celdeling blijven aan.”

Zijn conclusie: “Iedere ziekte is een detoxificatieprobleem met een chronisch tekort aan specifieke voedingsstoffen tot gevolg. Bij chronische stress en een dagelijkse portie hormoonverstorende stoffen –  meestal via de voeding – stapelen toxines zich op in het weefsel, doordat er een gebrek is aan stoffen om ze te detoxificeren. Kanker is zelden een genetische ziekte, maar bijna altijd een epi-genetische ziekte. Dus: als gevolg van omgevingsfactoren die de werking van de genen beïnvloeden.”

Toxines in vetweefsel

Een voorbeeld. “Regulier wordt borstkanker beschouwd als een opstapeling van oestrogenen. De behandeling richt zich uitsluitend op het vernietigen van alle oestrogenen. De verstoringen in de immuniteit en de chronische tekorten worden niet behandeld. Daardoor kunnen na twee jaar uitzaaiingen aan de oppervlakte komen. Aangezien de onderliggende verstoringen niet behandeld zijn, waren die uitzaaiingen eigenlijk voorspelbaar.”

“Onderzoekers die de moed hadden om te kijken wat zich in verwijderde tumoren bevindt, vonden polychloorbifenylen (pcb’s), parabanen, ftalaten, noem maar op. Deze toxines zijn lipofiel – in vet oplosbaar – en stapelen zich graag op in de borsten, eierstokken en hersenen die vooral uit vetweefsel bestaan.”

En hoe zit het dan met kinderkanker? Geldt deze verklaring daar ook?

Ja, zegt Devriendt. “In de voeding zitten vaak stoffen waar een premature lever niet mee om kan gaan. De twee meest voorkomende kankersoorten zijn: hersentumoren en leukemie. Waar zit het vet bij een kind van 2, 3 jaar? In de hersenen. Verschillende studies tonen aan dat in het navelstrengbloed van een pasgeborene zo’n 250 toxische stoffen zitten waarvan er 180 kankerverwekkend zijn.”

“Wat de moeder aan toxines binnen kreeg, heeft op latere leeftijd gevolgen voor het kind. Een voorbeeld van de epi-genetische overerving zijn de moeders die het DES-hormoon slikten. De dochters die uit deze moeders geboren worden, krijgen relatief vaak baarmoeder – en borstkanker. Met de juiste voedingsstoffen kan je deze epi-genetische belasting mogelijk weghalen voor de volgende generatie. Bij een studie met dertig vrouwen met BRCA-genmutatie kwam dit gen bij 1 op de 3 vrouwen weer tot expressie na suppletie met DIM, een actieve metaboliet uit broccoli.”

Anti-kankerdieet

Een anti-kankerdieet, zoals het Moermandieet, is een prima basis om gezondheid te handhaven, aldus Devriendt. “Iedere tumor ontstaat in een milieu van chronische ontsteking. Dit houdt de kanker in stand en genereert de tumor. Een goed dieet zorgt voor symbiose in de darm en daardoor kan je de rotzooi die de tumor veroorzaakt beter opruimen.”

Maar wanneer een tumor bijvoorbeeld is ontstaan als gevolg van jarenlang contact met zware metalen, dan heb je specifieke voedingsstoffen nodig. “Om zware metalen te lozen, heb je neutraliserende stoffen nodig, zoals glutathion, selenium, zwavel. Via het bloed of urine kan je laten onderzoeken welke systemen in de lever gestoord zijn.”

Een kleine interventie kan soms tot spontane genezing leiden, maar de oplossing komt zelden uit één pil. Noch een regulier medicijn, noch een voedingssupplement. Devriendt gelooft niet in symptoomgerichte behandelingen. “Als je hoofdpijn hebt, zegt een regulier opgeleid arts: ‘Neem een paracetamolletje.’ Als je een slaapprobleem hebt, zegt de orthomoleculair therapeut: ‘Neem een beetje valeriaan.’ Of bij menopauzale klachten: ‘Een druppeltje duindoornolie.’ Of bij een hoog cholesterol: ‘Rode gistrijst.’ Het lichaam is een ecosysteem waarbinnen alle organen en systemen met elkaar verbonden zijn. Om te helen, moet het organisme als geheel behandeld worden.”

Wat is uw advies met betrekking tot reguliere behandelingen?

“Hoe groter de tumor, hoe groter de kans op uitzaaiingen. Wanneer een operatie mogelijk is, is het altijd verstandig om te doen. Chemotherapie is interessant als de situatie bedreigend is. Dan dient deze vooral om de tumor zo klein mogelijk te maken. Chemotherapie beschadigt de gezonde cellen zodanig dat tien jaar nadien nog een hartinfarct kan optreden als gevolg daarvan. Om de nadelen van chemo te verminderen, is het van groot belang om samen met de chemotherapie antioxidanten te nemen: omega-3 vetzuren, vitamine b-complex. Dat blijkt bij de meeste patiënten te werken. Veel studies wijzen er op dat mensen die omega-3 nemen tijdens nemen minder neuropathieën hebben en een grotere overlevingskans.”

Mensen met kanker krijgen juist vaak van hun oncoloog te horen dat ze moeten oppassen met omega-3 vetzuren.

“Die waarschuwing komt voort uit een studie waarbij een correlatie gevonden is tussen de mate van uitzaaiingen bij mannen met prostaatkanker en de hoeveelheid vetzuren ter plaatse. Deze studie ging niet over omega-3 vetzuren, maar over een toxische stof in gerookte zalm die maakt dat er een progressie was van tumoren. Dat staat letterlijk in het onderzoek. Als er een 1 negatieve studie is, wordt dit wereld nieuws. Alle positieve studies blijven onbekend.”

“Iedere arts zou kruiden moeten gebruiken, omdat je dan meer chemo kunt inzetten en omdat de chemo dan effectiever zal zijn. Bijvoorbeeld: bij multiple drug resistentie kan groene thee helpen om de gevoeligheid voor chemo te vergroten. Een MSM-oplossing (methylsulfonylmethaan, red.) kan helpen bij patiënten die ongevoelig zijn geworden voor het middel Herceptine.”

“Iemand die elke dag aspirine neemt, krijgt op den duur een glycinetekort. Daarom hebben mensen die cardio aspirientjes nemen een verhoogde kans op macula degeneratie.”

Ook vasten is voordelig voorafgaand aan chemo- of radiotherapie. Legt u dat eens uit.

“Als je de dag voor de chemokuur vast, verdwijnen dubbel zoveel tumoren, volgens nieuwe onderzoeken. Kankercellen overleven voornamelijk op suiker. Als je vast, verbruikt het lichaam vetten als brandstof. Veel kankercellen sterven hierdoor een hongerdood. Toch is er geen oncoloog die het zijn patiënten aanraadt. Dat komt vooral omdat deze informatie niet doorstroomt naar de kliniek. En dat komt door de macht van de industrie. Kanker kan vaak genezen, maar dit is voor de industrie niet interessant. De geneesmiddelen richten zich op het kleiner maken van de tumor, dat is belangrijk om een middel te registreren. Noem mij één geneesmiddel dat geneest. Het is een contradictie.”

U geeft nascholingen aan artsen, therapeuten en apothekers. Heeft u ook ervaring met patiënten?

“Alleen indirect. Na een lezing vragen dokters mij vaak om advies voor een patiënt of familielid. Dat is voor mij veilig terrein om iets uit te proberen en om een arts mee te nemen in dit verhaal. Het verdrietige is dat ik alleen uitbehandelde casussen ken. Het lichaam wil niet dat jij doodgaat. Als je de toestand van chronische ontsteking opheft, en de andere verstoringen oplost, herstelt het lichaam. Daarbij speelt natuurlijk wel mee hoe ver het ziekteproces gevorderd is.”

Na een jarenlang kwijnend bestaan neemt in Nederland de belangstelling voor leefstijlgeneeskunde toe. Hoe is dat in België?

“Mijn ervaring is dat de artsen bij ons meer open staan voor andere geneeswijzen, probiotica en omega-vetzuren. Van de deelnemers aan een nascholing in Nederland is ongeveer 15 procent arts, een nascholing in België trekt gemiddeld 90 procent artsen. En daar zijn steeds meer medische specialisten bij.”

Devriendt is de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd, maar hoopt nog een tijd door te gaan met zijn werk. “Wekelijks verschijnen interessante studies over natuurlijke stoffen bij resistente tumoren, maar  altijd staat er bij: ‘Hopelijk kunnen we binnen een vijftal jaar uit deze stoffen nieuwe geneesmiddelen maken. Ik zeg: nonsens, we hebben ze al.”

Foto: Marijke Debusschere

Gabriel Devriendt (1950)

Opleiding en ervaring: Docent ‘orthomoleculaire voedingsleer’ aan de ICZO (Instituut voor Complementaire Zorgopleiding) in  Antwerpen. Spreker op internationale medische congressen over gezondheid, voeding en (epi)-genetica. Verzorgt bij- en nascholingen voor artsen en therapeuten. Werkt als onderzoeker samen met universiteiten in Leuven, Antwerpen en Gent.

Werkte tot 1997 voor een grote medicijnenfirma (AstraZeneca) waarvan zes jaar als productspecialist oncologie en tien jaar als productspecialist cardiologie. Richtte in 2002 Nutriphyt op – een bedrijf dat voedingssupplementen ontwikkelt en produceert. Richtte in 2006 PURES op, een bedrijf dat onderzoek doet naar de werkzaamheid van bioactieve stoffen en dit omzet in producten. Bachelor biologie (1974 ), Universiteit van Gent.

Privé: Woont in Beernem, vader van vier kinderen en zes kleinkinderen.

Pures