‘Artsen mogen niet meer zelf nadenken’

Linda Woudstra

Linda Woudstra (53) zag af van chemokuren en radiotherapie, omdat artsen haar niet wisten te overtuigen van het nut ervan. In plaats ervan optimaliseerde ze haar leefstijl en koos ze voor alternatieve therapieën. Ondanks zeven jaar borstkanker, werkt ze fulltime en zit vol plannen. ‘Ik ben niet genezen, maar ik voel me gezond.’

 

‘Als je in het ziekenhuis ligt en kaal wordt van de chemo krijg je kaartjes en bloemen, maar Linda stond er alleen voor’, aldus haar man Peter in een interview drie jaar geleden. Toen ze met borstkanker geconfronteerd werd, vroeg ze na de borstbesparende operatie bedenktijd.

Omdat artsen haar vragen omtrent de standaard vervolgprocedure – zeven weken bestralingen, zes maanden chemokuren en vijf jaar tamoxifen – niet konden beantwoorden, zag ze ervan af en ging ze zelf op zoek naar genezing. Haar vragen waren bijvoorbeeld: waarom eerst chemo en daarna bestraling? Waarom vijf jaar tamoxifen, terwijl bewezen is dat de werking na twee jaar afneemt en mogelijk zelfs schadelijk wordt? Wat was überhaupt het voordeel van chemotherapie in haar specifieke geval?

Toen een oncoloog voldaan verkondigde dat het grote voordeel van chemo was, dat zij – met haar hormoongevoelige kanker – dan niet meer zou menstrueren, zorgde haar feedback voor schaamrood op zijn kaken. ‘Hadden jullie daar de afgelopen jaren geen humanere oplossing voor kunnen bedenken?’, kaatste ze terug.

In plaats van de standaard nabehandelingen startte ze met het zuiveren van haar lichaam: reinheid, rust en regelmaat met voeding als basis. Vers en onbewerkt, veel groenten en fruit, bij voorkeur biologisch en meestal vegetarisch, aangevuld met supplementen. “Je moet jezelf het allerbeste willen gunnen”, is haar overtuiging. Met haar keuzes trad ze naar buiten via een blog en sociale media. ‘Ik wil geen chemo of bestralingen’, luidde de kop boven een artikel in dagblad De Telegraaf in 2013 dat veel stof deed opwaaien. Veel mensen vinden haar ‘raar’ en ‘eigenwijs’, anti-kwakkers noemen haar een ‘opperdwaas’.

Zuiveren

“Het interview in De Telegraaf was nog niet gepubliceerd of de kanker in mijn borst was terug, inclusief een knobbel in de rechter lymfeklier”, zegt ze, terwijl ze een pot detox-thee op de salontafel zet. “Tot op de dag van vandaag ben ik er niet in geslaagd het weg te krijgen”, maar benadrukt ze, “het heeft me ook niet overwoekerd.”

Linda, die opgeleid is als ingenieur aan de TU Delft, maakte uitgebreid studie van kanker. “Ik las dat slechts twee procent van alle kankerpatiënten die chemotherapie krijgt een langere overlevingskans heeft dan vijf jaar. Het resultaat van bestralen is nog erger: je houdt er slokdarmkanker, longkanker of hartproblemen aan over; 45 procent van de behandelde patiënten overlijdt voor het vijfde jaar.” Ze koos liever voor alternatieve behandelingen, waarvan ze rationeel kon beredeneren dat ze effectief zouden kunnen zijn: van chloordioxide (MMS) tot de enzymentherapie van dokter Gonzales, amandelpitten en zwarte zalf. Bij de meeste dingen had ze baat, maar de kanker bleef. “Soms dacht ik de oplossing te hebben gevonden, maar het vervelende met kanker is: als het in je systeem zit, komt het altijd weer terug.”

Linda oogt niet als een kankerpatiënt. Integendeel; ze straalt en lijkt te blaken van gezondheid. “Ik ben niet genezen, maar ik voel me gezond. Hoewel ik vandaag wat vermoeid ben”, geeft ze aan. “Dat komt waarschijnlijk door de therapie waar ik nu mee bezig ben. De behandeling, die gebaseerd is op de Chinese geneeskunde, leest mijn meridianen uit. Disbalansen worden met lichtsignalen, magneetveldtherapie en microstroom in het lichaam gecorrigeerd. Met deze methode worden wereldwijd al duizenden mensen behandeld, maar nog maar beperkt met de diagnose kanker. Een zorgaanbieder in Amsterdam wilde het op mij uitproberen. Experimenteren vind ik prima, zolang ik maar begrijp wat er gebeurt en waarom het mij zou kunnen helpen.”

Juist dat laatste ontbrak eraan in het ziekenhuis. “Kankeronderzoekers zoeken naar een middel dat voor iedereen werkt, terwijl er onwaarschijnlijk veel soorten kanker zijn. Individuele processen, zoals gedachten, ervaringen en omgaan met stress sturen het ziekteproces. Het belangrijkste wat je kunt doen, is onderzoeken waar de pijn zit in het lichaam. Je moet in contact komen met je innerlijke zelf en bereid zijn te luisteren naar wat je nodig hebt.”

Placentacellen

De kanker in haar eigen lijf ziet ze als een signaal van haar lichaam dat aan de noodrem trok,omdat ze er jaren aan voorbij liep. Ze rookte een pakje per dag vanaf haar 18e tot haar 40e – met uitzondering van de zwangerschappen. Ze werkte lange dagen. Nam geen tijd voor rust, beweging en gezonde voeding. Op haar 46e bleek ze zwanger, terwijl dat niet de bedoeling was.

Na lang wikken en wegen koos ze ervoor de zwangerschap na zeven à acht weken te beëindigen. Een wanhoopsdaad. Toen het knobbeltje in haar borst kanker bleek, dacht ze direct aan de abortus: ‘Zou het ermee te maken hebben?’ De oncoloog in het ziekenhuis wuifde haar vragen weg. “Het was niet zijn werk om mensen college te geven over kanker. Het was de enige keer dat ik stond te huilen op de gang. Uit onmacht en van het gevoel als een nummer te worden behandeld.”

In de loop der jaren ontwikkelde Linda een theorie over de ontstaansgeschiedenis van haar tumor die met de abortus te maken heeft. Ze legt uit: “Een placenta heeft alle kenmerken van een tumor: hij legt haarvaten aan en groeit snel. Rond de zevende of achtste week van de zwangerschap maakt het embryo een alvleesklier aan. Op dat moment krijgt de placenta het signaal om te stoppen met groeien. Maar rond die tijd onderging ik de abortus. Het signaal om te stoppen met groeien, is nooit afgegeven. Dus wat deed mijn lichaam? Die ging door met placentacellen maken.”

“Eén van de laatste dingen die ik ontdekt heb is dat oestrogenen, waar je lichaam vol mee zit tijdens een zwangerschap, een zuurstofarme en zure omgeving veroorzaken. Dan hebben we alle ingrediënten van kanker bij elkaar.” Ze zucht: “Ja, ik heb dit allemaal uitgevogeld, maar daarmee ben ik nog niet van de kanker af.”

Worsteling

Linda praat rationeel over haar ziekte. Maar toen ze de diagnose kreeg, was ze net zo lamgeslagen als iedereen, benadrukt ze. De eerste vijf jaar waren een worsteling. “Ik vond geen goed houvast, wist niet wat ik moest doen. Ik was onzeker over de beslissingen die ik moest nemen.”

“Toen de kanker zich uitbreidde, wist ik: nu moet ik het écht helemaal zelf doen. Hier kan niemand me mee helpen. Ik heb geen controle over het leven, maar binnen dat besef kan ik wel de keuzes maken die mij innerlijke rust geven. Dat houdt mij in balans.”

“Mijn beslissing is om te kiezen voor kwaliteit van leven. Als het leven morgen voorbij is, heb ik vandaag ten volle geleefd. Ik wil niet in het drama van de ziekte zitten. Daarnaast geeft de kanker ook betekenis in mijn leven. Ik denk meer na. Wat is belangrijk in het leven? Waarom gun ik mezelf niet altijd het beste op het gebied van eten, vriendschappen en werkrelaties? Het was een enorm lang pad, voor ik was waar ik nu ben. Heel soms zijn er nog dagen dat ik denk: waar ben ik mee bezig?”

Toen Linda de diagnose kreeg, waren haar dochters 11 en 13 jaar. “Jullie weten wie ik ben, hè?, zei ik tegen ze. Linksom of rechtsom: deze mama gaat niet dood. Maar ik ga deze ziekte wel op mijn eigen manier te lijf. Ik kies wat voor ons allemaal het beste is, zodat ik er zo min mogelijk problemen mee heb, en jullie ook. Mijn man begrijpt mijn keuzes en steunt me.”

Uitbehandeld

Linda liet haar borst twee keer opereren, maar de kanker kwam terug. “De dokters zeggen dan: dat komt omdat je geen chemo en bestraling hebt genomen.” De borst nogmaals laten opereren is nu een optie, maar Linda wil zich niet conformeren aan het protocol. “Als je uitzaaiingen hebt, heet het dat je uitbehandeld bent. Borstbesparend iets weghalen, heeft in hun ogen geen zin meer.”

Ze besprak haar wensen eind vorig jaar met de oncologisch chirurg die haar in 2008 opereerde. “Ik zei: ‘Je pakt gewoon opnieuw zo’n meloenlepeltje, lepelt de tumor eruit en doet dat over een aantal jaar nog een keer. Waarom moet daar zo moeilijk over gedaan worden? Hij lachte alleen maar een beetje. Het mag niet, dan wordt hij ontslagen, omdat hij niet volgens protocol handelt. De enige optie die het ziekenhuis biedt is een borstamputatie met okseltoilet. Dat wil ik niet, omdat ik niet de rest van mijn leven met een oedeemarm rond wil lopen. Dat is het risico van het verwijderen van lymfklieren; die zorgen voor de afvoer van vloeistoffen en afvalstoffen. Maar ik heb niets in te brengen. Ik word verordonneerd het systeem te volgen, terwijl het mijn lichaam is. Als patiënt ben je er voor het systeem, het systeem is er niet voor jou.”

Ze beraadt zich nu op de mogelijkheid om zich te laten opereren in Duitsland. “Daar zijn chirurgen bereid alleen de hoofdtumor te verwijderen. Hun ervaring is dat de tumoren in de lymfklieren vaak vanzelf verdwijnen zodra de hoofdtumor weg is.”

“Ik heb medelijden met de artsen in Nederland. Ze mogen niet meer zelf nadenken.” Ondertussen lijdt Linda schade door het huidige gezondheidszorgsysteem. “Ik heb behoefte aan regelmatig bloed- en urineonderzoek, maar dat krijg ik niet. Als je het protocol niet volgt, word je geëxcommuniceerd.”

“In Nederland maken we ons zorgen over chronisch zieken. Officieel hoor ik erbij, maar ik kom in de statistieken niet voor. Niemand heeft last van me. Alles wat ik doe, betaal ik bovendien zelf. Ik werk, ik betaal belasting, ik draag bij, maar ik krijg niets. Dat is onaanvaardbaar.”

Beeld: Gijs Versteeg