Pleidooi voor de vaginale bevalling

geboorte

De vaginale bevalling is niet elegant, maar wel het beste voor moeder en kind; dat weet iedereen in de geboortezorg. Waarom dat zo is, is inmiddels wetenschappelijk verklaarbaar. ‘Met de geboorte ondergaat een mens de meest complexe fysiologische aanpassingen van zijn hele leven.’

 

“Over dit onderwerp is al jarenlang veel bekend, maar hoewel de consequenties groot zijn, is er weinig aandacht voor”, zegt prof. dr. Frits Muskiet, emeritus hoogleraar pathofysiologie en klinische chemie aan de Rijks Universiteit Groningen.

Dat komt door onze perceptie van de natuur, denkt Muskiet die in zijn onderzoek – en de interpretaties daarvan – de evolutie als uitgangspunt neemt. In de natuur kan het er hard aan toegaan. Dat is normaal, maar we neigen ernaar het ‘zielig’ te vinden. Hij noemt de Oostvaardersplassen – een terrein dat Staatsbosbeheer zo natuurlijk mogelijk beheert – als gevolg waarvan veel dieren van de honger doodgaan. “Niemand heeft u vertelt dat de evolutie elegant is”, zegt Muskiet. “Wat er gebeurt is niets bijzonders: in het natuurgebied is simpelweg te weinig voedsel voor alle dieren. Vóór de landbouwrevolutie was hongersnood ook een belangrijke doodsoorzaak van de mens.”

Binnen de geboortezorg noemt hij zwangerschapsmisselijkheid als voorbeeld van een ‘niet elegante oplossing van de natuur’. “Die misselijkheid en overgeven ontstaan in de periode dat de placenta nog niet is aangelegd. Het vormt een beschermingsmechanisme om de zeer gevoelige vrucht niet teveel aan de natuurlijke toxische stoffen bloot te stellen die de moeder, via vlees en sterk smakende groentes, binnenkrijgt. Zodra de placenta is aangelegd, vangt deze de toxische stoffen weg en verdwijnt de misselijkheid.”

“Dokters schrijven een pilletje voor, omdat we de perceptie hebben dat het zielig is voor de vrouw dat ze misselijk is. Maar daarmee werk je de natuur dus tegen.”

 

Pijnlijk en vies

Ook bij de vaginale bevalling zit onze perceptie ons in de weg. We vinden het niet alleen een lijdensweg voor de vrouw (en het kind), maar het is ook best wel vies. Muskiet: “Na de geboorte is het kind besmeurd met bloed en feces van de moeder. Dan denk je: waarom is dit nodig? Waarom heeft de natuur dat niet anders bedacht? Een ritssluiting op de buik zou makkelijker zijn!”

Baby’s die via een keizersnede geboren worden, komen echter moeilijker op gang dan kinderen die via de natuurlijke weg ter wereld komen. “Ze hebben vaker longproblemen, hypoglykemie, meer moeite om zichzelf warm te houden en het duurt langer voordat de balans in de darmflora wordt bereikt. Sommigen beweren zelfs dat het met die darmflora nooit meer goed komt.”

Hoe kan dit? Welke fysiologische triggers treden op als een baby zichzelf een weg baant door het geboortekanaal?

“Met het geboren worden, ondergaat een mens de meest complexe fysiologische aanpassingen in zijn leven”, aldus Muskiet. “Waar in de baarmoeder ademhaling niet nodig was, bloedcirculatie en stofwisseling anders verliepen en bacteriën niet aanwezig waren, veranderen al deze omstandigheden buiten de baarmoeder van het ene op het andere moment.” Een vaginale bevalling blijkt het kind optimaal op die overgang voor te bereiden. Tijdens de weeën ervaart de baby een enorme druk op het hoofd en korte periodes van zuurstofgebrek doordat de wee de navelstreng kan afklemmen. De stress die het kind krijgt, leidt tot een explosieve uitscheiding van catecholaminen en cortisol. Deze hormonen staan aan de basis van nagenoeg alle aanpassingen: het acuut uitdrijven van vocht en de uitrijping van de longen, de ademhaling, bloedcirculatie en stofwisseling. “Een dergelijke stressreactie ontbreekt nagenoeg volledig bij een electieve keizersnede en verklaart waarom zulke kinderen minder goed op gang komen”, aldus Muskiet. “Vroeger dacht men: zo min mogelijk stress is het beste voor het kind. Door gevolg te geven aan die denkwijze haal je een natuurkracht weg die je niet hebt begrepen. Chronische stress is vernietigend voor de gezondheid, maar acute stress kunnen we prima aan.”

 

Van glucose- naar vetstofwisseling

De natuurlijke gang van zaken is op details verklaarbaar, vervolgt Muskiet. Dat het even duurt voordat de borstvoeding goed op gang komt, heeft ook te maken met de overschakeling van glucose- naar vetstofwisseling. “In de baarmoeder leeft het kind voor honderd procent op glucose. Daarbuiten krijgt het – via het hoge vetgehalte in de moedermelk – voor het eerst te maken met vetverbranding en wel voor zo’n vijftig procent van de energiebehoefte. De natuur heeft bedacht dat een pasgeborene eerst een periode vast om zich daarop aan te passen.”

Dat de geboorte via het geboortekanaal van wezenlijke invloed is op de darmflora en daarmee de lange termijn gezondheid van kinderen beïnvloedt, is intussen goed bekend. En evolutionair gezien ook logisch. “Voor zijn overleving moet de baby zich aanpassen aan de omgeving van de moeder, want in die omgeving gaat de baby immers ook leven.” Met een keizersnede wordt de darmflora van de pasgeborene in eerste instantie bevolkt door bacteriën uit de operatiekamer en van de moederlijke huid. Dat zijn andere bacteriën dan die in je darm. Na een keizersnede hebben kinderen aanzienlijk minder bifido bacteriën in de darm.”

Tot slot activeert de stressreactie tijdens de vaginale bevalling het immuunsysteem van de baby vanuit een situatie van ‘rust’ naar een situatie van actief speuren naar bacteriën, virussen en parasieten. De immunologisch competente cellen verplaatsen zich vanuit de milt en lymfeklieren naar de huid, maagdarmkanaal en longen van waaruit infecties nagenoeg altijd optreden. “In de baarmoeder was mamma de veilige omgeving, maar dat verandert met de geboorte acuut.”

Het zou kunnen dat ‘keizersnedenkinderen’ om deze redenen meer risico hebben om astma en auto-immuunziekten te ontwikkelen, denkt Muskiet.

 

De natuur nabootsen

In sommige delen van Turkije en Brazilië is het aantal keizersneden rond de tachtig procent. In Amerika en Duitsland ligt het in sommige delen rond de dertig procent. In Nederland ligt het percentage op 16,5 procent.

Gynaecologen in ons land geven nog altijd de voorkeur aan de vaginale bevalling, aldus Sicco Scherjon, gynaecoloog en hoogleraar verloskunde bij de Rijks Universiteit Groningen. De genoemde fysiologische reacties zijn volgens hem redelijk bekend. “Daarom passen baby’s zich na een secundaire keizersnede – als vaginaal bevallen niet lukt – beter aan dan baby’s die via een geplande keizersnede ter wereld komen. In een artikel uit 1928 staat al beschreven dat bij de baby longen leeg drukt tijdens de vaginale bevalling. Bij een keizersnede kan de gynaecoloog de natuur een klein beetje nabootsen door eerst het hoofd geboren te laten worden, dan te wachten tot de baarmoeder samentrekt en daarna pas het kind eruit te halen.”

Osteopaten bootsen met baby’s soms een vaginale baring na, zodat het kind het gevoel van het natuurlijke geboorteproces alsnog in zijn lijf krijgt. Elke Steinhilber, holistisch verloskundige in Utrecht, heeft daar vanuit de zijlijn positieve ervaringen mee. Dat gynaecologen streven naar een vaginale bevalling vindt zij een goede zaak. “We moeten met z’n allen hard ons best doen om het aantal vaginale bevallingen – met oog voor informed consent, autonomie van de vrouw, thuisbevallen en privacy – zo hoog mogelijk te houden  Na een vaginale bevalling komt de borstvoeding sneller op gang, het is beter voor de moeder-kind-hechting en de vrouw herstelt meestal sneller dan na een keizersnede. De risico’s van een operatie zijn groter dan van een natuurlijke geboorte.”

 

Wens- of angstkeizersnede

In de opinie van Steinhilber is de zwangere vrouw bij de bevalling de eerste expert, de verloskundige of gynaecoloog de tweede. “Vrouwen kennen hun eigen lichaam het best. Als deze twee kennisbronnen samenkomen, is de kans op een goede vaginale bevalling het grootst. Alle inspanningen moeten er tijdens de bevalling op gericht zijn dat de vrouw zich zo prettig mogelijk voelt.” Ze benadrukt dat de bevalling een proces is dat je niet in een schema kan persen. “Het ontvouwt zich en verloopt niet altijd in een schema van 1 centimeter per uur.”

Dat het aantal keizersneden in andere landen toeneemt, komt ook doordat vrouwen er zelf om vragen. Dat gebeurt ook in Nederland. “Ik zeg niet dat het niet kan”, zegt Sicco Scherjon. “Dat leidt meteen tot een conflict. Ik zeg: ik wil er graag met u over praten.”

De vraag om een keizersnede is soms geen uiting van een wens, maar van een onderliggende angst, ervaart de gynaecoloog. “Je moet deze hulpvraag exploreren en met elkaar bespreken. Vaak lukt het om iemand toch weer op de vaginale route te krijgen. Als je blind meegaat in het verzoek bevestig je iemand in de angst, terwijl een vaginale bevalling heilzaam en bevrijdend zou kunnen zijn. Dat is een winst die je tevoren niet moet uitsluiten.”

Dat onze perceptie van pijn en viezigheid de optimale bevalling soms in de weg zit, beamen zowel de gynaecoloog en de verloskundige. “Sommige mannen vinden het zielig dat hun vrouw zo moet lijden om een kind op de wereld te zetten”, zegt Steinhilber. “Aan ons om die mannen goed voor te lichten. Een man die goed voorbereid is, vindt zijn vrouw niet zielig.” Beiden trekken de vergelijking met een marathonloper. Steinhilber: “Na de helft ben je moe. Dan zeg je niet ‘houd er maar mee op’, maar dan moedig je aan om door te gaan.”

Scherjon: “Na 35 kilometer denk je: waar ben ik aan begonnen? Het laatste stukje is bijna niet meer te doen, maar als het dan achter de rug is, kijk je daar je leven lang trots op terug.”

Dat beaamt Steinhilber: “Een vaginale bevalling is voor veel vrouwen een ervaring van groei, sterker worden en overwinning: het kan een enorme bekrachtiging zijn.”

 

Medisch ingrijpen neemt toe

De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat het percentage keizersneden tussen de 10 en 15 procent zou moeten liggen. Amerikaanse onderzoekers kwamen vorig jaar tot een optimaal percentage van 19 procent toen zij de statistieken van WHO-landen met elkaar vergeleken. Met 16,5 procent zit Nederland aan de veilige kant. Maar uit een vorig jaar gepubliceerde meta-analyse (800.000 bevallingen) blijkt dat het aantal ziekenhuisverwijzingen voor vrouwen die zwanger waren van hun eerste kind steeg van 29 procent naar 41 procent. Het aantal keizersneden nam bij deze groep toe van 6 naar 8 procent. De conclusie van de onderzoekers is dat medisch ingrijpen vaker tot complicaties leidt bij de vrouw en geen betere uitkomsten oplevert voor het kind.

Beeld: Flevoziekenhuis

(Dit artikel is gepubliceerd in Nataal)