Paracetamol en Ritalin op school?
‘Het zijn geen snoepjes die je uitdeelt’

ritalin

Het Udens College stopt met het geven van paracetamol aan leerlingen. De school verstrekt alleen nog medicijnen als zij mogelijk in levensgevaar zijn. Hoe gaan andere middelbare scholen om met leerlingen die zich niet lekker voelen? En wat zegt de GGD? ‘De school rookvrij maken, was moeilijker.’

Het begon met een stripje paracetamol, en eindigde met een vergrendelde kast vol medicijnen, een administratie en een sleutelbeheerder. “Het nam vormen aan, waarvan ik dacht: ‘Hier zijn we niet voor opgeleid, en het is niet onze verantwoordelijkheid’”, zegt Jack Ernst, directeur van het team ‘extra begeleiding’ op het Udens College, een scholengemeenschap met 3.000 leerlingen.

Naast paracetamol en Ibuprofen lagde kast vol doosjes methylfenidaat, zoals Ritalin en Concerta, voor leerlingen met AD(H)D, EPI-pennen (een adrenalineinjectie om een ademnoodsituatie bij allergische kinderen op te lossen), sets met insuline(pennen) en glucagon voor leerlingen met diabetes type 1, pufjes voor kinderen met astma. Het voornaamste bezwaar vond Ernst de extra administratie van de voorraad en de gebruikers. Registreren wat er ligt en van wie het is, en wat er uit gaat naar wie. Van leerlingen die de school definitief verlieten, bleven medicijnen soms liggen. En, zegt hij: “Als je medicatie bewaart voor leerlingen die het vergeten, zou je eigenlijk ook moeten controleren of ze hun pil wel hebben ingenomen.”

 Naar huis

Het Udens College zette er afgelopen december een streep onder na overleg met de GGD. “Als school zijn wij er niet om medicatie uit te delen”, zegt Ernst. “Dat is erin geslopen, zoals wel meer opvoedkundige zaken de school insluipen, maar dit willen we niet.”

‘Als leerlingen tijdens schooluren last krijgen van hoofd-, buik- of oorpijn’, adviseert de GGD ‘de grootste mogelijke terughoudendheid’. ‘Omdat medewerkers in zijn algemeenheid niet deskundig zijn om een juiste diagnose te stellen. ‘Uitgangspunt moet zijn dat een leerling die ziek is naar huis moet’, aldus het protocol.

Ouders kregen schriftelijk bericht. Leerlingen die paracetamol of methylfenidaat wensen, moeten dat voortaan zelf regelen. “Sommige ouders vroegen om toelichting: waarom eerst wel en nu niet meer? Niemand was boos. De school rookvrij maken, was moeilijker.” Leerlingen die paracetamol wensen, moeten contact opnemen met hun ouders. De enige medicatie die op school bewaard wordt, is voor leerlingen die zonder medicatie in levensgevaar kunnen komen, zoals bij diabetes type 1, allergie of epilepsie. “Dat zijn gemiddeld acht leerlingen per sector. Dat is prima te behappen”, vindt Ernst.

 Bijnierschorsinsufficiëntie

“Het is verstandig van het Udens College dat ze met de uitgifte van paracetamol gestopt is”, vindt Joop van der Wijngaard, conrector bij de Gereformeerde Scholen Gemeenschap in Rotterdam (1.050 leerlingen). Ook op deze school is de medicijnkast voorbehouden aan leerlingen met ernstige aandoeningen, zoals een leerling met bijnierschorsinsufficiëntie. “Eén van onze conciërges is speciaal opgeleid om een noodmedicatie toe te dienen.”

Een kind dat zich ‘onwel’ voelt, meldt zich bij de leerlingenbalie. “Soms wordt – na overleg met de ouders – een paracetamol gegeven of gaat de leerling naar huis.”

Bij de Van der Capelle Scholengemeenschap in Zwolle (1.250 leerlingen) worden sinds twee jaar geen pijnstillende medicijnen meer verstrekt. “Er was geen aanslepen aan”, aldus de medewerker aan het leerlingenloket. “Het is een tijdje bijgehouden door de telefoniste die de pillen uitgaf. Het ging om tientallen per dag; het liep de spuigaten uit. Toen besloot de directie: dit faciliteren we niet meer.” Leerlingen raakten eraan gewend, zegt hij. Incidenteel komt er nog iemand langs, en dan verkoopt hij standaard ‘nee’. “We raden de leerlingen aan zelf een paracetamol in hun tas te steken. Meiden met menstruatiekrampen kunnen daar best rekening mee houden.” Datzelfde geldt voor leerlingen die methylfenidaat gebruiken. De school maakt, net als de scholen in Uden in Rotterdam, een uitzondering voor ziekten die potentieel levensbedreigend zijn.

Het beleid van scholengemeenschap Ubbo Emmius  (2400 leerlingen op acht locaties in de provincie Groningen) sluit daarbij aan: “Leerlingen moeten het meenemen van huis”, aldus directeur Jeroen Baerveldt. “Wij verstrekken geen paracetamol.”

Wel pillen

Het Bonifatius College (1.535 leerlingen) in Utrecht geeft alleen paracetamol als ‘een leerling zelf niets mee heeft’, aldus de medewerker die het uitgiftepunt beheert. “Eigenlijk zeggen wij: zorg dat je zelf iets in je tas hebt, want wij zijn geen apotheek.”

“We houden het wel in de gaten. We vinden ook dat de leerling met pijn het zelf moet komen halen. Sommige leerlingen sturen een ander kind om paracetamol te halen. Misschien omdat ze meer gebruiken dan wij goed vinden. Dat komt misschien, doordat ze niet eten en drinken ’s ochtends of wat dan ook. Dan krijgen ze hoofdpijn.” Een paracetamoladministratie houdt de school niet bij. Niet nodig, zegt de medewerker. “Wij kennen onze leerlingen, we weten heel goed wie er op school rondlopen. Leerlingen die hier niet op school zitten, halen wij er feilloos uit.”

Ook bij de Zwolse Thorbecke scholengemeenschap (1.900 leerlingen) kunnen leerlingen een paracetamol krijgen. “Iedere dag zijn het drie à vier leerlingen”, zegt de receptioniste. “Leerlingen die zich ziek voelen, melden zich bij de coördinator die ze eventueel naar ons doorstuurt.” Zij bemant de receptie ’s ochtends, een collega’ neemt het ’s middags over. Ze houden het samen in de gaten. “Als een kind opvallend vaak komt, bijvoorbeeld twee keer in één week of drie keer per maand, geven wij het door aan de mentor die de ouders inlicht.” Voor methylfenidaat is een andere oplossing. “Leerlingen regelen het zelf. Als een leerling het vergeten is, komen de ouders het nabrengen of ze fietsen er even voor naar huis.”

Geen medicijnkast

Op het Esdal College (3.000) in Emmen is op de zes locaties sinds drie jaar geen enkel medicijn meer verkrijgbaar. “Nee, ben je mal?”, reageert directeur en bestuurder Matthias Kooistra

“Als een leerling zich niet lekker voelt, meldt deze zich bij de teamleider of conciërge. Daar kan hij of zij even rustig zitten, of een glaasje water drinken. Als het gevoel zo blijft, bellen we de ouders of ze hun kind kunnen komen halen.”

Van nieuwe leerlingen wordt bij aanmelding in het leerlingenvolgsysteem geregistreerd of ze een medische geschiedenis en/of medicatie nodig hebben. “Van adhd, pdd-nos en pinda-allergie tot astma en spierziekten, waardoor een leerling niet met gymnastiek mee kan doen. In het mentorgesprek wordt de zorg met de leerling en zijn ouders besproken. Alle docenten en onderwijsondersteunend personeel zijn op de hoogte van deze informatie.”

Leerlingen met diabetes type 1, allergieën of epilepsie regelen hun medicatie zelf. En moeten ook zelf weten wat te doen in geval van nood, want op het Esdal zijn geen pijnstillers, geen insulinesetjes, geen reservepufjes, geen EPI-pennen. En dat blijft ook zo. Kooistra: “In de acht jaar dat ik hier werk, is er nog nooit een noodgeval geweest.”

En wat als een kind een keer zodanig in nood komt dat de ambulance moet komen? “Dan zou ik daarna nog geen medicijnkast te introduceren. Integendeel: ik zou de ouders en leerlingen nog meer op het hart drukken om zelf de verantwoordelijkheid te nemen voor hun medische gezondheid. Je moet daar als school geen verantwoordelijkheid in willen hebben.”

Wat zegt de GGD?

‘Zorg dat er maar één uitgiftepunt is, en registreer wat er uit gaat’

Een school mag zelf bepalen of ze medicijnen verstrekken, en welke medische handelingen ze eventueel wel en niet doen. Het belangrijkst is heldere afspraken met de ouders.

“Met het verstrekken van paracetamol gaan scholen wisselend om”, weet Marjolein van der Laan, stafarts van de jeugdgezondheidszorg bij GGD Noord- en Oost-Gelderland. “Ons advies is: zorg ervoor dat er maar één uitgiftepunt is, en registreer wat er uit gaat: als een leerling om paracetamol vraagt of aangeeft dat hij zijn Ritalin vergeten is, schrijft het dan op. Het zijn geen snoepjes die je uitdeelt. Je moet bij alle soorten medicatie altijd kijken of de dosering klopt.”

Wat ook meespeelt is dat methylfenidaat, vanwege het positieve effect op aandacht en stemming, een medicijn is dat illegaal doorverkocht kan worden. “Toezicht is belangrijk.” Dat onderstreept Harmen de Jong, jeugdarts en sociaal geneeskundige bij de GGD in Groningen. “Paracetamol is niet onschuldig. Maar de dosering bepaalt de schadelijkheid.” Leerlingen die hij op het spreekuur krijgt vanwege schoolverzuim, lijden meestal aan hoofdpijn, misselijkheid, buikpijn, astma, vermoeidheid en menstruatiekrampen. De Jong neemt standaard een voedingsanamnese af. “Wat eet je? Hoe eet je? Hoeveel eet je? Het valt me vaak op dat deze leerlingen niet ontbijten. En groenten lusten ze niet.”

Een dergelijk voedingspatroon zorgt voor tekorten. De Jong, die tot 2007 een dokterspraktijk voor natuurgeneeskunde had, adviseert regelmatig magnesium. “Een belangrijk mineraal dat veel in groene groente zit. Als je daar te weinig van binnenkrijgt, kan je hoofdpijn krijgen, spierkrampen en menstruatiekrampen nemen toe.”

“Voedingsadviezen zijn in mijn vak de belangrijkste die je kunt geven. Helaas vinden veel mensen op het spreekuur dat niet medisch genoeg. Zij geven de voorkeur aan een paracetamol.” Leerlingen met de eerder genoemde klachten raadt hij altijd aan om naar een drogist te gaan, te vertellen waarom magnesium gewenst is, en dan advies af te wachten. “Deze supplementen mogen alleen verkocht worden door personeel dat orthomoleculair geschoold is. Meestal is 3 x 50 mg per dag voldoende. Maar het belangrijkst is het om gezonde, volwaardige voeding te eten.”