‘Het onderwijs wordt onnodig opgeleukt’

Je legt de stof uit, laat de kinderen ermee oefenen en daarna controleer je of ze het begrepen hebben. Dat deze open deuren geen vanzelfsprekendheid zijn in de klas, bewijst het succes van Expliciete Directe Instructie (EDI). Auteur Marcel Schmeier: ‘De les hoeft niet opgeleukt te worden. Iets moeilijks kunnen; dat vinden kinderen leuk.’

Marcel Schmeier (39) kreeg zojuist van zijn uitgever het bericht dat EDI – tips en technieken voor een goede les – de tweede druk ingaat. In zes weken tijd zijn er 1800 exemplaren verkocht. Schmeier’s boek is een bewerking van het gelijknamige boek (uit 2009) van de Amerikanen John Hollingsworth en Silvia Ybarra die wetenschappelijk onderzoek naar effectief onderwijs van de afgelopen honderd jaar naast elkaar legden en de meest werkzame technieken op een rij zetten.

Waarom moest juist dit boek de Nederlandse markt op?

“Ik zocht naar boeken over instructie in het basisonderwijs en vond tot mijn verbazing maar twee titels bij de grootste online boekwinkel. Internationaal vond ik een lange lijst met boeken. EDI stond bovenaan, gevolgd door tientallen enthousiaste reacties.”

“Dit boek sluit aan bij mijn visie dat goed onderwijs wordt gerealiseerd op de werkvloer, in de klas, door de leerkracht die uitlegt en voordoet. Het boek is geschreven voor leerkrachten die meer uit hun lessen willen halen. De methode is daarbij van ondergeschikt belang. De man of vrouw voor de klas maakt het verschil, blijkt uit onderzoek.”

Waar zit voor leerkrachten een verbeterpunt bij het geven van instructie?

“Veel leerkrachten slaan de uitleg over en stellen de klas meteen een vraag. Wie weet wat ongelijknamige breuken zijn? Wie weet wat rijmen is? De slimste kinderen steken hun vinger op en krijgen succeservaringen, de zwakkere kinderen doen niet mee en raken achter. Er wordt soms te gemakkelijk gedacht dat kinderen het wel begrijpen. De gedachte dat het uit de kinderen moet komen, is achterhaald. Als er niets in zit, kan er ook niets uitkomen. Je moet er eerst wat instoppen.”

“Ik geloof niet in het Nieuwe Leren, maar zie de leerkracht als een onderwijzer die zijn plek voor de klas inneemt. Leerkrachten weten welke zaken belangrijk zijn om te leren en kunnen uitleggen hoe kinderen dit het beste kunnen aanpakken. Kinderen zullen écht niet uit zichzelf de sprong over het tiental maken of de persoonsvorm uit een zin halen.”

Het klinkt allemaal behoorlijk ouderwets.

“Ja, dat hoor ik ook regelmatig. ‘Wat ouderwets!’ Ook toen ik nog als leerkracht werkte, werd ik regelmatig ouderwets genoemd. Ik las hardop voor met de klas en nam dictees af die ik samen met de kinderen nakeek. Ouderwets? Ja. Maar ook bewezen het meest effectief in lees- en schrijfonderwijs, volgens de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Of het nieuwerwets of ouderwets is, doet er niet toe; je moet doen wat werkt. Klassikaal hardop lezen maakt betere lezers van kinderen. Het voorbeeld geven en op hoog niveau lezen met extra instructie voor kinderen die dat nodig hebben, blijkt beter te werken dan zwakke lezers apart zetten. Dat geeft een signaal af van:  ‘Ga daar maar zitten bij de rest die het ook niet kan.’”

Met welke tip kunnen leerkrachten morgen meteen winst boeken in de klas?

“Door op te houden met het laten opsteken van vingers. Die vingers zijn namelijk altijd van de kinderen die het toch al goed kunnen. Kinderen die de les passief ondergaan lok je hiermee niet uit hun comfort zone. Ik zag een kind dat zijn vinger niet opstak eens heel verongelijkt reageren: ‘Ik stak mijn vinger helemaal niet op!’ In plaats van vingers opsteken, geef je willekeurig beurten. Het gevoel dat je ineens de beurt kan krijgen, houdt kinderen alert. Na een goede instructie kan iedereen antwoorden. Ook merk je welke kinderen het nog moeilijk vinden. Hen kun je feedback of verlengde instructie geven. Geef eerst voldoende bedenktijd. Wacht dus even na de vraagstelling en noem dan pas een naam.(zie ook kader ‘Top-3 tips voor betere lessen’)

Zijn er nog meer tips die zo logisch zijn dat ze vergeten worden?

“Absoluut. Zoals: de tijd nemen voor wat ik noem: begeleide inoefening. Nadat je hebt voorgedaan wat de bedoeling is, laat je leerlingen in duo’s of in groepjes oefenen, waarbij ze met elkaar mogen praten over de stof. Daarna stel je in klassikale setting – eventueel met wisbordjes – vragen aan leerlingen. Op deze manier controleer je of ze het begrijpen.”

“Dat controleren of leerlingen het snappen, wordt vaak vergeten. Een leerkracht die opgestoken vingers ziet, denkt meestal ten onrechte dat hij goed bezig is terwijl veel kinderen het misschien toch niet begrijpen. En tot slot: laat kinderen aantekeningen maken tijdens je uitleg. Hiermee activeer je ze en door het op te schrijven, onthouden ze het beter.”

‘Het onderwijs wordt vaak onnodig opgeleukt’, schrijf je in je boek. Wat bedoel je daarmee?

“Iets geleerd hebben, betekent dat je het duurzaam eigen gemaakt hebt. Soms zijn de lessen teveel gericht op leuk, en niet op leren. Ik herinner me een les over de spijsvertering waarbij kinderen zichzelf in behangpapier mochten inwikkelen en daar de organen opplakken. Een heel leuke les, maar of de kinderen de weg van de spijsvertering daarna kenden, vraag ik me af.”

“Goed onderwijs is niet altijd leuk, maar wel altijd leerzaam. De lessen moeten voedingswaarde hebben; het moet benzine zijn voor hun hersenen. Iets moeilijks kunnen; dat is bovendien pas écht leuk. Dus in plaats van op onze knieën te gaan voor kinderen om het ze naar de zin te maken, moeten wij ze stimuleren om op hun tenen te gaan staan. Dan kunnen ze over de schutting kijken.”

Expliciete Directe Instructie – tips en technieken voor een goede les

John Hollingsworth & Silvia Ybarra. Nederlandse bewerking: Marcel Schmeier.

ISBN 9789491806339 Prijs: € 24,95

Uitgeverij Pica

——-

Na de pabo en de master Special Educational Needs (SEN) werkte Marcel Schmeier tot 2013 als leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Nu is hij onderwijsadviseur. Schmeier deelt online tips en materialen. Als @Onderwijsgek is hij actief op Twitter. Het boek over EDI (her)schreef hij in zijn ‘vrije’ tijd.

Top-3 voor betere lessen

1.Introduceer een beurtenbakje 

Laat geen vingers opsteken, maar geef willekeurig beurten. Gebruik daarvoor een beurtenbakje waarin de namen van alle leerlingen te vinden zijn. Bijvoorbeeld geschreven op oude ijsstokjes, kaartjes of pingpongballen. Je stelt de vraag aan de hele klas, geeft denktijd en trekt daarna een naam. Het stokje van degene die aan de beurt was, gaat direct weer terug in het bakje.

2. Gebruik wisbordjes 

Geef alle kinderen een wisbordje, waarop ze met whiteboardmarker antwoorden schrijven op vragen die je klassikaal stelt. Laat ze na enige denktijd hun bordjes omhoog houden. Zo zie je in een oogopslag hoeveel kinderen de instructie begrepen hebben. “Heeft minder dan de helft het antwoord goed? Leg dan een extra voorbeeld uit aan de klas, voordat je hen verder laat gaat met de zelfstandige verwerking .” Geen geld voor wisbordjes? Maak ze dan zelf door een wit vel papier in een gladde showtas te stoppen.

3. Formuleer concrete lesdoelen  

De methode afmaken betekent dat kinderen gewerkt hebben, maar niet per se dat ze wat geleerd hebben. Met concrete lesdoelen verhoog je de kans op leerrendement. Zorg dat het lesdoel dat voor alle kinderen haalbaar is begint met ‘Ik kan…’. Bijvoorbeeld: ‘Ik kan een vierkant herkennen tussen andere vormen’ of ‘Ik kan ongelijknamige breuken bij elkaar optellen.’